RENTEBEZIT:
Willem Willemsz als gehuwd met Alijt Vrancendr. van der Does erkent voor schepenen van Leiden aan Pieter Jan Martijnsz een rente van 2 pond met houde verkocht te hebben, verzekerd op een huis aan de Hogewoerd.
[bron: NR 984, dd 22 november 1486).
LANDBEZIT:
Jan Martijnsz c.s. erkent voor de schout van Valkenburch en Catwijc verkocht te hebben aan het convent van de Bernarditen in Warmond 2 en 1/2 morgen land in Catwijck op de Rijn (ongedateerd).
[bron: Prosopografische gegevens bij dr. F.J.W. van Kan, Sleutels tot de Macht. De ontwikkeling van het Leidse stadspatriciaat tot 1420, zie ook website
http://www.janvanhout.nl/pat/pat_frame.htm.]
LEIDSE TESTAMENTEN, 1425-1499 (KE 322, fol. 78v, dd. 27 juni 1499:
Voornaam: Pieter.
Familienaam: Jan Martijnszn.
Familiegegevens: zijn vrouw was: Mergriete Pieter Joriszndr.
Soort religieuze bestemming: mis.
Frequentie: vier maal per week.
Beschrijving religieuze bestemming: Zij stichten een mis(officium) ter ere van St. Nicolaas, de bisschop, en St. Anthonius in de Pieterskerk op het St. Nicolaas-altaar, het altaar ernaast of op het St. Anthonius-altaar, daar waar plaats is, met 4 missen per week,
2 voor de ziel van Pieter, 2 voor die van zijn vrouw Mergriete.
Na elke mis moet de priester naar hun graf, midden voor de preekstoel, gaan en daar de psalmen 'Miserere' en 'De Profundis' lezen.
Kleding: voor Mergrietes memorie krijgt de collator van het officium 2 fl. 6 sch. en 8 pen. om daarmee op haar jaargetijde hemden en schoenen te kopen en uit te delen aan de naaste arme vrienden die ze nodig hebben.
Voor de missen hebben zij gegeven:
Land en huis: een stuk land met een woning, die hij samen heeft met Jan Kerstantszn, in Valkenburg aan de Wadding; zijn deel brengt 25 halve ponden jrl op, waar een opstallige rente van 11 st., aan de abdis van Lee 4 st. en aan de memorie in het klooster
Egmond 7 st. op staan.
Pieter houdt levenslang het collatie-recht.
[bron: drs. P.L. Lekkerkerk, Leidse testamenten, 1425-1499]