KWARTIERSTAAT  VAN  SONJA  EN  JOHN  BROUWER
GENERATIE  20

604.044. Claes Jansz PAEDZE,
Zoon van Jan Hendrik Paedsensz van Sonnevelt [nr. 1.208.088] en Geertruijt Sijbrants Ruijgrok van der Werve [nr. 1.208.089], geboren ca. 1435, vermeld als schepen (1469) en burgemeester (1483 en 1489) van Leiden, importeerde in 1459 zo'n 2.000 vachten, samen met Claes Mast, drapenier in Leiden, overleden voor 1489.
Gehuwd met Machteld VAN LEIJDEN.
[bron: Peter van Son, Paedze2 file, soc_nederlandse_adel]

REPERTORIUM op de Lenen van de hofstad te Hontshol:
Zoeterwoude, nr. 119:
Vijftien morgen land te Stompic, belend ten oosten: Pieter Buijtenwech Dircxz, met 5 morgen land die hij te leen houdt van de burggraaff van Leijden, ten westen Bartraet , vrouw van Pieter van Leijden met haar kinderen, ten noorden de Voirschotervliet en ten zuiden het Soetermeer.
30-05-1394: Pieter Buijtenwech Dircxz.
10-12-1438: Dirck de Bruijne Pietersz.
tussen 1438 en 1468: Jonkvrouwe Clemeijns, weduwe van Jacob Herman.

[In het Register Heraldische Databank van het CBG bevindt zich een familiewapen]

604.045. Machteld VAN LEIJDEN,
Dochter van Henrick Claesz van Leijden [nr. 1.208.090] en Barbara Pietersdr van Buijtewech [nr. 1.208.091], geboren ca. 1435, overleden na 1489.

KINDEREN:
  1. Pieter Claesz Paedze,  zie nr. 302.022.
    Geboren ca. 1455, van beroep drapenier, lid Veertigraad (1481), lid Raad van Leiden (1493), Tresorier van die stad (1504-1507).
    Gehuwd met Maria Pieter Jan Martijnsdr.
  2. Jan Paedze Claasz,
    Overleden na 28 september 1514, mogelijk te Leiden.
    Gehuwd met Erckenraet Dircksdr., overleden voor 28 september 1514.

    WEESKAMER, Leiden, Grote Bewijzen B, inv. nr. 113, folio 8, 28 september 1514:
    Dirck, Claes, Jacob, Pieter, Belie, Margriete en Cornelie kinderen van Jan Paedze Claeszn. en wijlen Erckenraet Dircksdr.
    Meester Pieter Dircxzn. priester en Willem Willemszn. als naeste maegen.
    1400 Rinsche gulden.
    [bron: O.V., december 1974, blz. 253]

    KINDEREN:
    1. Dirck Jansz Paedze,
      Overleden tussen 21 november 1526 en 27 juni 1530.
      Gehuwd met Katrijn Cornelisdr.

      WEESKAMER, Leiden, Grote Bewijzen B, inv. nr. 113, folio 60 vo, 21 november 1526:
      Borg Andries Hugenszn.
      Marie en Erckenraet, kinderen van Bertelmees Jacobszn. boeckbinder en wijlen Belie Jansdr.
      Dirck Janszn. Paeds en Jacob Janszn. Paeds omen.
      700 Rinsche gulden.
      Borgen: Cornelis Claeszn. en Hanck Meeszn.
      [Bron: O.V. 1974, blz. 278]

      WEESKAMER, Leiden, Grote Bewijzen B, inv. nr. 113, folio 113, 27 juni 1530:
      Jan, Cornelis, Quirina en Erckenraet, kinderen van wijlen Dirck Jan Paedsz en Katrijn Cornelisdr.
      Jacop Janszn. Paeds oom, Claes Aldraenszn. en Dirck Adriaenszn. naeste magen.
      600 gouden karolus guldens.
      Borg Katrijn Claesdr. Cornelis Claes Cocks wede.
      [Bron: O.V. 1974, blz. 305]
    2. meester Claes Jansz Paedze,
      Priester, overleden na 18 juli 1536.

      WEESKAMER, Leiden, Grote Bewijzen B, inv. nr. 113, folio 172 vo, 18 juli 1536:
      Onderpand:
      Een huys ende erve opten Rijn daer Claesgen nu ter tyt in woent belegen an die een zijde Jan Nannenszn. Lock scipper ende an die ander zijde Allert Basesliszn. cuyper.
      Deze twee naevolgende brieven mette renten daerinne begrepen zijn bij heer Pieter van Aken priester gemaeckt ende besproecken Cornelis zoon van Aerntgen Aerntsdr.
      Brief dd. 18 juli 1536:
      Frans Pieterszn. Paeds, meester Claes Paeds, Adriaen Paeds priester, Pieter Pieterszn. Paeds, Jan Claes Corneliszn.zn. en Jacop Gerytszn. wtreder verklaren schuldich te zijn Pieter Harmanszn. van Aecken 6 gouden karolus guldens per jaer te lossen met 96 gouden karolus guldens.
      [bron: O.V., januari 1975, blz. 10]
    3. Jacob Jansz Paedze, overleden na 21 maart 1531.
      Op 27 juni 1530 vermeld als oom in Grote bewijzen B van de Leidse weeskamer, overleden tussen 21 maart 1531 en 25 augustus 1543.
      Gehuwd met Marytgen Claesdr.

      WEESKAMER, Leiden, Grote Bewijzen B, inv. nr. 113, folio 60 vo, 21 november 1526:
      Borg Andries Hugenszn.
      Marie en Erckenraet, kinderen van Bertelmees Jacobszn. boeckbinder en wijlen Belie Jansdr. Dirck Janszn. Paeds en Jacob Janszn. Paeds omen.
      700 Rinsche gulden.
      Borgen: Cornelis Claeszn. en Hanck Meeszn.
      [Bron: O.V. 1974, blz. 278]

      WEESKAMER, Leiden, Grote Bewijzen B, inv. nr. 113, folio 122 vo, 21 maart 1531:
      Nyesgen en Geertgen, kinderen van Claes Mast en wijlen Gerytgen Jeroensdr.
      Alijdt Gerytsdr. Jacop Gerytsz. cocx wede, Frans Claeszn. Mast en Jacop Janszn. Paeds zijn schuldig 6 gouden karolus guldens tsiaers welcke gelden de weeskinderen zijn.
      [Bron: O.V. 1974, blz. 310]

      WEESKAMER, Leiden, Grote Bewijzen B, inv. nr. 113, folio 218, 25 augustus 1543:
      Jan, Adriaen, Pieter, Diewertgen, Erckenraet en Maritge, kinderen van wijlen Jacop Paeds Janszn. en Marytgen Claesdr.
      Pieter Paeds Janszn. oom en Claes Adriaenszn. brouwer neve.
      75 karolus guldens.
      Bij hertrouwen moeder elk kind bij mondigheid 25 gulden extra.
      Onderpand:
      Een huys ende erve opte tstienschuyer daer Marytge Claesdr. nu ter tyt woent belegen an die een zijde die boemgaert stege daer onder gaende ende an die ander zijde coeman Heynrick Willemszn. streckende voir vuyt stienschuyer after an Hillegond Willemsdr. Aelwijn Meesz. wede erve.
      [Bron: O.V. januari 1975, blz. 32]

      WEESKAMER, Leiden, Grote Bewijzen B, inv. nr. 113, folio 254, tussen 1 juni 1546 en 28 maart 1547:
      Betreft rentebrief van 30 schelling groot vlaems tsiaers losrente de penning 15 opte stede van Leyden in dato 1477 op des heyligen cruys avont Claes Janszn. Rootzider bij transporte aengecomen van Adriaen Jan Paeds wede, Dirck Janszn. Paeds ende Jacops Janszn. paeds als erfgenamen van Jan Paeds.
      [Bron: O.V. januari 1975, blz. 50 en 51]

      Kinderen:
      1. Jan Jacopszn. Paeds,
        Overleden na 25 augustus 1543.
      2. Adriaen Jacopszn. Paeds,
        Overleden na 25 augustus 1543.
      3. Pieter Jacopszn. Paeds,
        Overleden na 25 augustus 1543.
      4. Diewertgen Jacopsdr. Paeds,
        Overleden na 25 augustus 1543.
      5. Erckenraet Jacopsdr. Paeds,
        Overleden na 25 augustus 1543.
      6. Maritge Jacopsdr. Paeds,
        Woont op 13 juli 1575 in haar huis in Marendorp te Leiden op de hoek van de Spijkerboorsteeg met haar 2 jarig dochtertje Jacobgen.
        Gehuwd met Geryt Louryszn., woont 1530 - 1553 aan de Nobelstraat in Leiden, van beroep hoedenmaker, overleden voor 13 juli 1575.

        WEESKAMER, Leiden, Grote Bewijzen B, inv. nr. 113, folio 107 vo, 23 april 1530:
        Vermeld woonadres van Geryt Louwerijszn. hoeckemaker [?] als zijnde aan de Nobelstraat in Leiden.
        [Bron: O.V. december 1974, blz. 302]

        WEESKAMER, Leiden, Grote Bewijzen B, inv. nr. 113, folio 126 vo, 4 augustus 1531:
        Louwerijs en Heynrick, kinderen van Geryt Louwerijszn. en wijlen Aechte Foeytgensdr.
        Foeytge Jacopszn. oude vader.
        48 gouden karolus guldens.
        Onderpand:
        Een huys ende erve in de Nobelstraet daer Geryt Louwerynszn. nu ter tyt woent belegen.
        [Bron: O.V. december 1974, blz. 312]

        WEESKAMER, Leiden, Grote Bewijzen B, inv. nr. 113, folio 302, 7 februari 1553:
        Vermeld woonadres van Geryt Louweryszn. Hoeyckmaeckers [?] als zijnde aan de Nobelstraat in Leiden.
        [Bron: O.V. januari 1975, blz. 68]

        WEESKAMER, Leiden, Grote Bewijzen B, inv. nr. 113, folio 399 vo, 13 juli 1575:
        Jacobgen 2 jaar, kind van wijlen Geryt Louryszn. hoedemaecker en Maritgen Paeds Jacobsdr.
        Reyer Janszn. van Noorden en Claes Jacobszn. cleermaecker voogden.
        125 karolus guldens.
        Onderpand:
        Haer huys ende erve in Marendorp op ten hoeck van Spijckerboorstege belendt aen deen zyde deselve stege ende aen dander zyde Jan Gerytszn Ghool streckende coor wt Marendorp after aen des voors Jan Gerytszn. huys ende erve.
        [Bron: O.V. januari 1975, blz. 110]

    4. Pieter Jansz Paedze,
      Vermeld als borg op 28 september 1514, overleden na 25 augustus 1543.

      WEESKAMER, Leiden, Grote Bewijzen B, inv. nr. 113, folio 8 vo, 15 december 1514:
      Borgen Volpert Roelofszn. en Jan Paedze Pieterszn.
      Een scepenen schultbrief van 408 Rinsche gulden ende 3 stuyvers toebehoerende Pieter Jan Paedze Claeszn. voirsz.
      15 dec. 1514:
      Geryt, Pieter, Jan, Willem en Katrijn, kinderen van wijlen Claes Gerytsz. Emons en Lijsbet Jansdr.
      Willem Bertelmeeszn. en Agniese Geryt Claesz. Emons wede als naeste magen.
      1000 pont payments.
      Borg Claes die man.
      [bron: O.V., dec. 1974, blz. 253]

      WEESKAMER, Leiden, Grote Bewijzen B, inv. nr. 113, folio 182, tussen 11 september en 31 oktober 1538:
      Jacop Willemszn. van Langeveld gehuwd met Ermgaert Aerntsdr. van Rijn oude moeder, Pieter Paeds Janszn. oom Jacop Garbrantszn. oudt-oom.
      200 gouden karolus guldens door Machtelt voirs als huwelijksgoet aangebracht en 150 gouden karolus guldens als opbrengst van verkochte cleijnodien en juweelen.
      Borg Jacop Garbrantzn. voirsz.
      [bron: O.V., januari 1975, blz. 15]

      WEESKAMER, Leiden, Grote Bewijzen B, inv. nr. 113, folio 218, 25 augustus 1543:
      Jan, Adriaen, Pieter, Diewertgen, Erckenraet en Maritge, kinderen van wijlen Jacop Paeds Janszn. en Marytgen Claesdr.
      Pieter Paeds Janszn. oom en Claes Adriaenszn. brouwer neve.
      75 karolus guldens.
      Bij hertrouwen moeder elk kind bij mondigheid 25 gulden extra.
      Onderpand:
      Een huys ende erve opte tstienschuyer daer Marytge Claesdr. nu ter tyt woent belegen an die een zijde die boemgaert stege daer onder gaende ende an die ander zijde coeman Heynrick Willemszn. streckende voir vuyt stienschuyer after an Hillegond Willemsdr. Aelwijn Meesz. wede erve.
      [Bron: O.V. januari 1975, blz. 32]

    5. Belie Jans Paedze,
      Overleden tussen 28 september 1514 en 21 november 1526.
      Gehuwd met Bertelmees Jacobszn boeckbinder, overleden na 21 november 1526.
      Uit dit huwelijk twee kinderen: Marie en Erckenraet.

      WEESKAMER, Leiden, Grote Bewijzen B, inv. nr. 113, folio 60 vo, 21 november 1526:
      Borg Andries Hugenszn.
      Marie en Erckenraet, kinderen van Bertelmees Jacobszn. boeckbinder en wijlen Belie Jansdr.
      Dirck Janszn. Paeds en Jacob Janszn. Paeds omen.
      700 Rinsche gulden.
      Borgen: Cornelis Claeszn. en Hanck Meeszn.
      [Bron: O.V., december 1974, blz. 278]

    6. Margriete Jans Paedze,
      Overleden na 28 september 1514.
    7. Cornelie Jans Paedze,
      Overleden na 28 september 1514.
604.046. Pieter Jan MARTIJNSZ,
Zoon van Jan Martijnsz [nr. 1.208.092], geboren ca. 1430, mogelijk te Katwijk, stichter van een vicarie in de Pieterskerk te Leiden (1499).
Gehuwd met Grietje Pieter JORISDR.

RENTEBEZIT:
Willem Willemsz als gehuwd met Alijt Vrancendr. van der Does erkent voor schepenen van Leiden aan Pieter Jan Martijnsz een rente van 2 pond met houde verkocht te hebben, verzekerd op een huis aan de Hogewoerd.
[bron: NR 984, dd 22 november 1486).

LANDBEZIT:
Jan Martijnsz c.s. erkent voor de schout van Valkenburch en Catwijc verkocht te hebben aan het convent van de Bernarditen in Warmond 2 en 1/2 morgen land in Catwijck op de Rijn (ongedateerd).
[bron: Prosopografische gegevens bij dr. F.J.W. van Kan, Sleutels tot de Macht. De ontwikkeling van het Leidse stadspatriciaat tot 1420, zie ook website http://www.janvanhout.nl/pat/pat_frame.htm.]

LEIDSE TESTAMENTEN, 1425-1499 (KE 322, fol. 78v, dd. 27 juni 1499:
Voornaam: Pieter.
Familienaam: Jan Martijnszn.
Familiegegevens: zijn vrouw was: Mergriete Pieter Joriszndr.
Soort religieuze bestemming: mis.
Frequentie: vier maal per week.
Beschrijving religieuze bestemming: Zij stichten een mis(officium) ter ere van St. Nicolaas, de bisschop, en St. Anthonius in de Pieterskerk op het St. Nicolaas-altaar, het altaar ernaast of op het St. Anthonius-altaar, daar waar plaats is, met 4 missen per week, 2 voor de ziel van Pieter, 2 voor die van zijn vrouw Mergriete.
Na elke mis moet de priester naar hun graf, midden voor de preekstoel, gaan en daar de psalmen 'Miserere' en 'De Profundis' lezen.
Kleding: voor Mergrietes memorie krijgt de collator van het officium 2 fl. 6 sch. en 8 pen. om daarmee op haar jaargetijde hemden en schoenen te kopen en uit te delen aan de naaste arme vrienden die ze nodig hebben.
Voor de missen hebben zij gegeven:
Land en huis: een stuk land met een woning, die hij samen heeft met Jan Kerstantszn, in Valkenburg aan de Wadding; zijn deel brengt 25 halve ponden jrl op, waar een opstallige rente van 11 st., aan de abdis van Lee 4 st. en aan de memorie in het klooster Egmond 7 st. op staan.
Pieter houdt levenslang het collatie-recht.
[bron: drs. P.L. Lekkerkerk, Leidse testamenten, 1425-1499]

604.047. Grietje Pieter JORISDR,
Dochter van Pieter Jorijsz [nr. 1.208.094] en van Margriet N.N. [nr. 1.208.095], geboren ca. 1430, overleden na 1499.

KIND VAN PIETER JAN MARTIJNSZ EN GRIETJE PIETER JORISDR.:
  1. Maria Pieter Jan Martijnsdr,  zie nr. 302.023.
    Geboren ca. 1455, mogelijk te Leiden, overleden na 1499.
1.044.560. Gerrit Mor Jansz VAN DOMSELER,
Zoon van Johan van Domseler [nr. 2.089.120] en van Mechteld van Emeler [nr. 2.089.121], geboren te Barneveld ca. 1445, overleden te Barneveld tussen 1506 en 1518.
Gehuwd (1) met Geertruid VAN NIEUWKERCK.
Gehuwd (2) met Sophia VAN BROECKHUIJSEN.

1.044.561. Geertruid VAN NIEUWKERCK,
Geboren ca. 1458, overleden in 1506, oud ca. 48 jaar.

KIND UIT HET EERSTE HUWELIJK:
  1. Gerrit van Domseler,  zie nr. 522.280.
    Geboren ca. 1475, overleden voor 1548.
    Gehuwd met Geertruid Both, geboren ca. 1475.



[Laatst gewijzigd op 2 juli 2016]

HOME GENERATIE  21 GENERATIE  19 KWARTIERSTAAT  BROUWER