KWARTIERSTAAT  GEERLINGS
GENERATIE  13
5872.
Dirk Cornelisz DEN OOSTERLING,
Zoon van Cornelis Pietersz den Oosterling [nr. 11744] en Katrijn Dircksdr. [nr. 11744], geboren ca. 1520 in Leiden, van beroep drapenier, op 1 april 1558 vermeld als voogd van de kinderen van zijn schoonzuster Aechte Fransdr., overleden op 29 november 1574 in Leiden, oud ca. 54 jaar.
Getrouwd na 1538 met Jannetje FRANSDR.

WEESKAMER ARCHIEF, Leiden, Grote bewijzen B fol. 305 vo, na 11 juni 1553:
Er zijn curators aangesteld over Katrijn die geheel buiten "mercke ende zinne is".
Pieter Corneliszn. Oosterling, Dirck Corneliszn. Oosterling gebroeders, Pouwels Foeyenszn. gehuwd met Alijdt Corbelisdr., Marie Cornelisdr.
Curators zijn Quirijn Pieterszn. verwer en Pieter Claeszn. brouwer.
Katrijn:
3 morgen land gelegen tot Hasertswoude aen de buytenwech.
Een huys ende erve op Stienschuyer aen de nieuwe brugge opte hoeck van de coepoerts graft.
Een thuyn ende erve buyten die koepoert ander stede cinghel in Zoeterwoude belast met 34 stuuers tsiaers. 10 stuuers losrente de penning 16 op ter stede van Leyden.
2 gouden Philippus guldens tsiaers losrente op Margriete Jansdr. wede meester Pieter Reyerszn. als principael en Geertruyt Eewout Wilmers wede als borge.
8 pont hollants tsiaers losrente op Aerst Corneliszn.
3 Rinsche guldens losrente op Jacop Claesz. opte Vlyet opt Wedde.
1/2 van 6 Rinsche guldens op Marytgen Jan de Costers wede.
7 gulden en 5 stuuers losrente op Claes Heynrickszn. tot Hasertswoude.
4 gulden tsiaers begrepen in een brief van 11 gulden tsiaers daer van die reste competeert Frans Gerytszn. Goel cs de gehele rentebrief op (folio 306) Margriete Maertensdr. tot Nieuwecoop.
Een lijfrente van 1 gulden tsiaers opder stede van Leyden staende ten lijve van Katrijne Dircksdr. ende Meynsgen Dircksdr.
Een lijfrente van 1 gulden tsiaers op de Hoegelantsche kerck ten lijve van Frans Corneliszn. Buytewech.
1/2 van een schultbrieff op Wermbout Allertszn. uitmaeckende voir coop van een huys opte middelste graft belopende de helft van 38 gulden.
Een obligatie van 20 gulden op Trijn Huygen ende haer vader.
1/5 van een schultbrief van 73 gulden op Thomas Aelbrechtszn. schoemaecker voir coepe van een huys ende erve in de Nobelstraet.
Noch te ontvangen van Katrijne haer broeders en zusters die vierdelen van een pont vlaems telckens als een van haar kinderen hylicken.
27 gulden wegens noch onbetaelde renten.
Silwerwerck volgens inventaris.
De kinderen Pieter, Marytgen, Aeltgen, Ghijsbrecht en Gheertruyt tesamen 50 gulden en 8 stuuers wegens geleverde laecken in den cantoor van Mees Aelwijnszn., Dirck Corneliszn. haer broeder ende Cornelis Janszn. de Goede.
De opbrengst van 15 zwarte lakens gelevert in Mouweryns Claeszn. cantoor.
370 gulden ende 16 stuuers wegens geleverde goeden aan Cornelis Janszn. de Goede, Adriaen Andrieszn. ende Joest Willemszn.
51 gouden guldens voir 3 paarse lakens.
41 ongeprente zwarte lakens 920 gulden.
[bron: O.V., jan. 1975, blz. 69 en 70]

WEESKAMER ARCHIEF, Leiden, Grote bewijzen B fol. 306 vo, na 11 juni 1553:
87 gulden derdalve stuuer.
De kinderen moeten de schulden groot 227 gulden en 5 stuuers betalen.
Alle kinderen ontvangen 400 karolus guldens als vaderlijk erfdeel.
Dirck Corneliszn. is reeds meerderjarig.
[bron: O.V., jan. 1975, blz. 70 en 71]

WEESKAMER ARCHIEF, Leiden, Grote bewijzen B, inv. nr. 113, fol.325, 1 april 1558:
Andries, Jacop, Marie, Belye, Gooltgen en Jan, kinderen van wijlen Abraham Jacopszn. en Aechte Fransdr. met Frans Franszn.
brouwer haer broeder.
Eeuwout Aerntszn., Anthonis Franszn. brouwer en Dirck Corneliszn. den Oosterling voochden.
7 morgen land in Zoeterwoude elke morgen getaxeert voor 200 gulden belegen an die oostzyde jonge Jan Corneliszn. ende an die zuytzyde die Coewech an die westzyde Lenaert Corstenszn. ende an die noortzyde meerburger wateringe.
14 hont lants in den voirs ambochte elke hont getaxxeert om 25 gulden belegen an die oostzyde Frans Corneliszn. en Aechje Willemsdr. an die zuytzyde Claes Lambrechtszn. an die westzyde ende die noortzyde Eewout Aerntszn. voirs.
1850 karolus guldens.

10e PENNING, Leiden, 1561:
Naam: Dirck Cornelisz Oosterling.
Bon: Nieuweland.
Straat: Steenschuur nr. 163.
Fol.: 178.
Bedrag: 25. [25.0.0].
Beroep: [drapier].
Bezit: Eigendom.
Volgnr.: 1192.

WEESKAMER ARCHIEF, Leiden, Grote bewijzen B, inv. nr. 113, fol. 423 vo, (na fol. 421 dd. 10 nov. 1575):
Cornelis 22 jaar, en Elisabeth 24 jaar, kinderen van Dirck den Oosterling en Jannetgen Fransdr.
Geryt Dirckszn. zijn broeder en Claes Dirck van Montfoort voogden.
Inventaris van de goederen bij de voorn. Dirck ende Jannetge achtergelaten groot 39 bladen welcke goederen aen tweeen geleyt onder de letters A en B, daer van Geryt ende Cornelis voors tezamen de cavelyn A ende de voorn. Elisabeth met Ghoolte haer bejaerde suster de cavelyn B tezamen te lote gevallen zijn.
Item ende is daerna de voors. cavlijn A gesmaldeelt in tween onder de letter C ende D weder gecavelt daer van Cornelis voors de cavel C ende vermits dien de volgende goederen te lote zijn gevallen.
De helft van zes morgen 14 roe land in Coudekerck daervan Geryt de wederhelft competeert.
Een huys ende erve gecomen van Meeus apteecker in St. Barbaren stege.
3 gulden tsiaers op Ghommer Ghommerszn. spoelmaecker te lossen de penning 16 met een jaar verlopen rente.
9 gulden tsiaers op Maritgen Martijnsdr. tot Wassenaer te lossen de penning 20.
Item ten lijve van Cornelis voors opter stede van Leyden 43 st. 1 p. tsiaers met verlopen rente.
Innecomende schulden:
Jan Woutersz. Steen 2 gulden.
Moeye Aechte Fransdr. van verwen 22 gulden 4 en 1/2 st.
Geryt Louwenszn. kinderen van landthuur 14 gulden.
Eeuwout Hoflandt mr. volre van geleent gelt 4 gulden.
Joost Dirckszn. Snyder van gel. zacken 4 gulden.
1/4 van 17 gld. 7 st. die Aernt den Raidt tot Elseneur schuldich is daervan dandere 3 kinderen een gelijcke part competeert 44 gulden 7 st.
1/4 part van de oostersche kist met kerssen bij Barent Barentse van Coppenhaven van dese boedel gehouden 9 gld. 5 st.
Een recepisse van Leeninge aen de stede gedaen aen Jan Paedt van Zandthorst ende Cornelis Gerytszn. de Haes 8 gulden.
[bron: O.V., jan. 1975, blz. 127 en 128]

WEESKAMER ARCHIEF, Leiden, Grote bewijzen B, inv. nr. 113, fol. 424 vo, (na fol. 421 dd. 10 nov. 1575 en fol 423):
Goederen int gemeen gebleven.
Zekere portie van een huys en de erve thantwerpen in de Reynerstrate genaempt twapen van Leyden gecomen van Jan Andrieszn. de Jonge.
Een obligatie op Jacob van Ezik tot Bremen rustende onder de kinderen van Adriaen Andrieszn. 166 gulden 19 st.
Zekere portie in de goederen naergelaten bij Ermgaert Paedts Pietersdr. dese cavalijnen grote moeder.
Lasten:
De helft van een rente van 42 gulden 15 st. tsiaers toecomende Geryt tweeskindt van Jan Gerytszn. van Weesp daervan Geryt Dirckszn.
de wederhelft moet dragen.
Harmen van Rodenburch over 1/4 part de reste van zeeker vellen 52 gulden 1/2 st. 6 p.
Jaepgen Reyersdr 1/4 part van 6 gld. 1 1/2 stuk.
[bron: O.V., jan. 1975, blz. 128]

VOLKSTELLING, Leiden, 1574:
Dirk Cornelisz den Oosterling, wonende aan de Steenschuur met 7 personen.

BELASTING COHIER, Leiden, 1575:
Betreft erfgenamen van Dirk den Oosterling.

OPENBARE FUNCTIES:
Ziekenhuismeester van de St. Anthoniskapel in 1554.
Gasthuismeester van het St. Catharinagasthuis in 1561/62.
Lid van de Leidse vroedschap in 1573/74


Catharina Gasthuis, ca. 1567.

FAMILIEWAPEN:
Azuur schild beladen met 3 gouden potten 2/1 maar ook 3 horzels/vlinders.

OPMERKING:
Erfgenamen van Dirk den Oosterling zijn eigenaars van een deel van een huis op de Oosterlingplaats.

bron: Peter van Son]
Jannetje FRANSDR,
Geboren ca. 1510, begraven op 22 november 1574 in de Pieterskerk in Leiden, oud ca. 64 jaar.

WEESKAMER, Leiden, Grote Bewijzen B, inv. nr. 113, folio 66b, 27 juli 1527:
Frans, Aecht, Jannetgen, Machtelt en Marie, kinderen van wijlen Frans Janszn. en Ermgaert.
Meester Claes Paeds priester, Jan Franszn., Thomas Franszn., Geryt Jan Gerytszn. en Jan Claes Corneliszn.zn. als naeste vrunden en magen.
4 pondt 10 schelling groten tsiaers losrenten den penning 16 op ter stede van Leyden geypotekeert op ter voirs stede strijkerije.
4 pondt hollants comans payments tsiaers ewyge ende erfelicke renten staende op een woninge met schuyer barge etc. ende met 14 morgen lants daer toe behoerende in Soeterwoude toebehoerende Huygh Gerytszn.
1/2 van 4 gouden Rinsche gulden ewyge ende erflicke renten staende op 14 hont lant metten huysinge in Oestgeest toebehoerende Jan Kerstantszn.
Een raem met erve in de oude hoeff opte 6e streeck van de muyer of te rekenen.

WEESKAMER ARCHIEF, Leiden, Grote bewijzen B, inv. nr. 113, fol. 184 vo, 4 december 1538:
Aelwijn Pieterszn. oom en Andries Aelwijnszn. oudt-oom.
9 karolus guldens.
4 december 1538.
Jan, kind van wijlen Geryt Claeszn. van Weesp en Jannetgen Frans Janszn.dr.
Meester Claes van Weesp oude vader, Jacop Gerytszn. vuytreder gehuwd met Ermgaert Pietersdr. oude moeder, Anthonis Franszn., Abraham Jacopszn., Dirck Meeszn. omen en Mathijs Gerytszn.
4 pondt groot vlaems tsiaers losrente te lossen met 400 gouden karolus guldens staende op 12 morgen en 3 hont lant toebehoerende meester Claes voirs. gelegen in Coude (folio 185) kerck an de kercke ende bruyct nu ter tyt Claes Dirkzn. Ket als die voirs. Geryt voirtyts in hylick gebrocht hadde.
Borgen Jacop Gerytszn., Anthonis Franszn. en Abraham Jacopszn.
Een scepenen brief bij de welcke Jannetgen Fransdr. voirs. erkent dat zij onder zich genomen heeft 100 karolus guldens die met meer andere penningen gekomen zijn van de lossinge van de voirs. 4 pondt.
[bron: O.V., jan. 1975, blz. 16 en 17]

Zij trouwde (1) voor 1537 met Geryt Claesz VAN WEESP, zoon van meester Claes van Weesp, overleden voor 4 december 1538.
Zij trouwde (2) na 4 december 1538 met Dirck Cornelisz DEN OOSTERLING.

KIND VAN GERYT CLAESZ VAN WEESP EN JANNETJE FRANSDR.:
  1. Jan Gerytszn. van Weesp,
    Overleden na 4 december 1538.

KINDEREN VAN DIRCK CORNELISZN. DEN OOSTERLING:
  1. Ghoolte Dircksdr. den Oosterling,
    Geboren voor 1550.

  2. Geryt Dirckszn. den Oosterling,
    Geboren voor 1550, vermeld als voogd van zijn broer Cornelis en zuster Elisabeth kort na 22 december 1575 voor de Weeskamer van Leiden, van beroep tapper.
    Ondertrouw op 12 april 1578 in Leiden met Heyltge Adriaans van Crimpen, geboren ca. 1555, dochter van Adriaan van Crimpen Adriaansz, baljuw en schout van Wassenaar, en van Jaepge Dirksdr.

  3. Elisabeth Dircksdr. den Oosterling,
    Geboren in 1551, overleden na 22 december 1575.
  4. Cornelis Dircxsz den Oosterling, zie nr. 2936.
    Geboren in 1553 in Leiden, verdronken in de Steenschuur, begraven op 15 februari 1606 in de Pieterskerk in Leiden, oud ca. 52 jaar, van beroep verver, schoenmaker.

[Laatst gewijzigd op 29 september 2005]


GENERATIE  12GENERATIE  14KWARTIERSTAAT  GEERLINGS HOME